Laatste week zag ik een advertentie in onze stadsgazet: iemand zocht een persoon die zijn kat zou overnemen en haar affectie kon geven. In de stad waar ik nog slechts hok komen plagen van Anorexia nervosa dus bij het vrouwelijk individu van de soort “mens” niet zelden voor. Bij katten heb ik hierover nooit gehoord, maar ik ben geen veearts, dus wie weet. Alle zoogdieren hebben een ovulatiecyclus of in die aard wordt het toch genoemd. Anorexie zou meer een psychische ziekte zijn, dus waarom zou de kat er niet psychisch ziek van worden van al die behoefte aan zachtheid en flauwekul van haar meester. Met “mijn” kat doe ik het tegenwoordig zo, en ik vraag mij af of ik het nog steeds goed doe: ik krabbel een beetje op haar kop en dan zeg ik “c’est toi le persan chinchilla!” Enzovoort.
Na haar opsporing jl. ben ik haar gaan oppikken bij een veearts in de buurt. Ik heb het franstalig vrouwmens moeten beloven dat ik haar affectie zou geven. Ik heb mij voorgedaan alsof ze er eens langskon. Daarna wou ze haar plaatsen en misschien wil ze dat nu nog altijd. Op een bepaald moment heb ik het met deze dame over Europees korthaar gehad. Ze lachte bitter en smalend alsof ik al zou weten wat een Europees korthaar is. In een kinderboek heb ik ooit gelezen dat er gemarmerde, tijger-, schildpad en misschien ook effenkleurige katten zijn. Ik zou dit wel eerder vastelands kortharigen noemen omdat ik mij nu onlangs ook op de Engelse kortharigen ben gaan concentreren, helaas heb ik de veeartsenijkunde niet helpen maken. Zo zijn er bijvoorbeeld tabbies. Ooit heb ik in de tuin van dhr X. en mevr. Y. een zwart en zilver gestreept katje gezien, ik begin te veronderstellen dat dit tenminste Engels korthaarbloed had. Van het mij beloofde jongske heb ik nooit een spoor gezien. Bij gevolg heb ik deze akelige persan kunnen bemachtigen.
Ze heeft mij welgeteld één mensenleven gekost. Op een lente- of zomerdag in 2005 heb ik haar achter een groot venster in onze straat zien zitten. “Daar heb je weer zo’n poesje,” dacht ik bij mijzelf en stapte gewoon door naar huis. Jullie zullen misschien zeggen dat ik dezaken teveel aan elkaar link, Jung heeft een boek geschreven genaamd “synchroniciteit” dat ik onlangs uit de bibliotheek mee naar huis genomen heb, maar ik ben er niet ver in gevorderd en nu is het al lang teruggebracht. Bub is gestorven op 9-8-2005. Een aantal weken na zijn begrafenis heb ik het adres van Raoult gezocht en heb zijn schoonzus bezocht want die woonde nog in zijn huis. Zij verweet mij dat ze niet op de begrafenis van Bub gevraagd is. Ik had kunnen antwoorden dat Samuel ook niet op de begrafenis van Raoult gevraagd was. Raoult was een beetje wrokkig voor een detail, dat meestal pas na het huwelijk gebeurt. Hij wou dat en Bub zei mij iets waarvan ik niet weet of dat hier mag herhaald worden. Die vriendin van Bub vind ik er vooral nu, 26-11-2007 teveel aan geweest. Als het nu eens een gevolg zou zijn van de dood van Bud in sf-roman “Alchemie” ? Ik vond dat er te vervelend voor. Maar ik snap het nu wel. Alchemie dient dus meer als documentaire over nanotechnologie opgevat te worden?
Ergens in het najaar 2005 heb ik de perzische chinchilla helemaal onder de luizen en een door bruin vocht vervuilde pels van een deurdrempel gehaal. Ik heb daarna heel de straat ondervraagd om de kat terug te geven aan de eigenaar. Ik herinner mij vooral een politieagente die precies overliep van bewondering. Ze zal daar haar redenen wel voor gehad hebben. Maar om de perzische chinchilla zomaar aan een kroostrijk Marokkaans gezin te geven heb ik geen zin. Het dier heeft etensgewoonten zoals een vroegere vriend: zij eet niet graag haar kommetje leeg.
(wordt zeker en vast vervolgd. Signaleren van mogelijke fouten in dankbaarheid aanvaard.)